Kinderpsychiatrische stoornissen

 

 • Kinderen met een verstandelijke beperking zijn kwetsbaar om een psychiatrische stoornis te ontwikkelen. Ongeveer 30% van de verstandelijk gehandicapte kinderen ontwikkelt een psychiatrische stoornis.  Alle psychiatrische stoornissen kunnen voorkomen bij kinderen met een verstandelijke handicap.

 

 • Het is vaak lastig om bij deze kinderen onderscheid te maken tussen probleemgedrag dat hoort bij de verstandelijke beperking en tussen symptomen van een psychiatrische stoornis. Het risico is dat de probleemgedragingen gezien worden als passend bij de verstandelijke beperking wat er toe kan leiden dat de stoornis niet of te laat herkend wordt. Daarnaast is het belangrijk om verder te kijken dan alleen het acting-out gedrag dat vaak op de voorgrond staat. Onderliggend kan er sprake zijn van bijvoorbeeld een leerstoornis, stemmings- danwel angststoornis.

Terminologie en classificatie

 

Wanneer is er sprake van een verstandelijke beperking? Wij hanteren het classificatie systeem van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (2) (DSM-IV, een classificatiesysteem van psychische stoornissen). In de DSM IV wordt de term ‘zwakzinnigheid’ gehanteerd als er gesproken wordt over iemand met een verstandelijke beperking.

 

Er wordt van zwakzinnigheid gesproken als iemand voldoet aan de volgende drie criteria:

 

A Verstandelijk duidelijk onder het gemiddelde functioneren (een IQ van ongeveer 70 of lager)

B Een beperking vertonen in het huidige aanpassingsgedrag op ten meeste twee terreinen: communicatie, zelfverzorging, zelfstandig kunnen wonen, sociale en relationele vaardigheden, gebruik maken van gemeenschapsvoorzieningen, zelfstandig beslissingen nemen, functionele intellectuele vaardigheden, werk, ontspanning, gezondheid en veiligheid.

C Een aanvang vóór het 18e jaar

 

Belangrijk: Aan het bepalen van het intelligentieniveau (criterium A) wordt over het algemeen veel aandacht besteed. In de praktijk blijkt echter vaak dat beperkingen in het aanpassingsgedrag (criterium B) juist voor problemen zorgen. Wij brengen beide aandachtsgebieden in kaart zodat wij kunnen bepalen of er sprake is van een verstandelijke beperking, en of er mogelijk sprake is van bijkomende (psychiatrische) problematiek.